Visie DFMopGlas voor Fryslan

Visie DFMopGlas voor Fryslan

Voortgang met glasvezel

Dit voorstel is geschreven vanuit de opgedane ervaring bij de  opstart van de vraagbundeling voor de realisering van glasvezel in gemeente De Fryske Marren. Onze bereidheid en inzet voor het schrijven van  deze notitie is erop gericht burgers en  overheden te helpen  snel internet in Friesland te realiseren. Om technische en duurzaamheidsredenen kiezen we daarbij voor de beste optie: glasvezel. Directe aanleiding is de hapering in de voortgang van burgerinitiatieven en het dreigend verlies van draagvlak en geloofwaardigheid  bij de bevolking  in de haalbaarheid van een eigen glasvezelinfrastructuur.

Stand van zaken

De door ons gevolgde methodiek is die van “vraagbundeling” : de bundeling van belangstelling, weten wie er mee doen. Dit, om niet alleen onszelf maar ook de beoogde financier op voorhand comfort te bieden in kader van de afweging over te gaan tot financiering .

Elders lopende projecten leren dat vraagbundeling maar moeizaam de noodzakelijke percentages bereikt om gefinancierd  te kunnen worden: de materie is voor veel mensen niet bekend en vraagt veel  voorlichting en overtuigingskracht,  de initiële kosten voor opstart van de vraagbundeling en het technisch vooronderzoek zijn niet financierbaar, de financierbaarheid van de infrastructuur blijft hangen in onduidelijkheid over overheidsbijdragen, de eigen bijdrage voor een aansluiting is per initiatief verschillend, maar veelal  (te) fors,  providers zijn niet gemakkelijk te interesseren  indien het initiatief te kleinschalig is, anders dan tegen hoge kosten. De termijn voor stapsgewijze successen duurt te lang waardoor burgers die het initiatief trekken, afhaken en angst voor de grote marktpartijen regeert.  En zo kunnen we nog wel even door….

Onze aanpak

Waarom de werkwijze via vraagbundeling?

Wij zijn geen experts op het gebied van de  juridische mogelijkheden omtrent het toekennen van de status “nutsvoorziening” aan een glasvezelinfrastructuur. We nemen aan dat wanneer dit werkelijk een reële mogelijkheid was geweest, dat een dergelijke toekenning van overheidswege in gang gezet zou zijn, gehoord de ambities van provincie en gemeenten. De uitkomst daarvan, zo al een dergelijke procedure aangevangen zou worden, zal bovendien lange tijd onzeker zijn. De wijze waarop marktpartijen geacteerd hebben  (oa in de Achterhoek), geeft niet het vertrouwen dat zij hierop de strijd niet aan zullen gaan en dat er op korte termijn aan feitelijke realisering gedacht kan worden. Zeker de burger is daar niet bij gebaat. Dit, noch afgezien van de vraag of de overheid daadwerkelijk de middelen beschikbaar heeft om tot feitelijke realisering over te gaan. Wij gaan er vanuit dat ook dat niet zo is.

Omdat wij geloven dat de keuze tot marktliberalisering onomkeerbaar is en de overheid geen mogelijkheid lijkt te hebben tot initiatief en/of daadwerkelijke realisering, hebben wij als uitgangspunt genomen de burgers gezamenlijk zelf marktpartij te laten worden en wel in de (bedrijfs-) vorm van een coöperatie.  Wij zien in deze bedrijfsvorm ook geen formele rol voor de overheid, anders dan naar eigen keuze als eigenaar van aansluitingen waarvoor glasvezel eveneens wenselijk is. Een  stimulerende , faciliterende rol in de aanvangsfase is wel belangrijk.

Teneinde vanuit de coöperatie de financiering te kunnen regelen, is het wenselijk de potentiele leden, maar ook de beoogde financier comfort te geven hoe groot het draagvlak voor deelname is. Zekerheid op basis van inzicht in de toekomstige kasstroom in vorm van de maandelijke abonnementsgelden . Anderszins lijkt een  (bancaire) financiering voor de noodzakelijke looptijd, die al gauw rond de 15 jaar komt te liggen uitgaande  van een marktconform maandtarief voor de burger, in het geheel niet denkbaar. Omgekeerd: bij onvoldoende draagvlak onder de bewoners, moet het ook niet doorgaan. Zij moeten de keuze al of niet mee te doen maken op de juiste gronden. En dat vraagt overtuigingskracht en overbrugging van de informatie achterstand.

Kortom:  wij volgen de weg van de vraagbundeling, evenals zovele initiatieven elders.. Maar ook de vraagbundelingsmethodiek kent zijn problemen.

DFMopGlas ervaart dat het niet eenvoudig is om het enthousiasme van mensen  te behouden zich voor lange termijn te blijven inzetten voor het algemeen maatschappelijk belang van de regio. Ook wij moeten eerst  zaaien en koesteren om te oogsten. Dat heeft wel tot resultaat dat in onze pilotgebieden bij de eerste burgerbijeenkomsten ruim 50% van de potentiele abonnees intekent. Het vasthouden van dit enthousiasme is en blijft echter een uitdaging. Want de nadruk van het werk komt tegelijkertijd te liggen op het smeden van tijdige samenhang tussen kleine, dorpsgerichte projecten.

Onze boodschap is gebaseerd op principe van door en voor elkaar en heeft daarmee in zijn aard een bepaalde schaalgrootte vanuit sociale samenhang. De bereidheid om voor elkaar te gaan lopen houdt uiteindelijk op daar waar men elkaar niet meer persoonlijk kent. Daar ontbreekt de logische benodigde energie om tijd en inzet te blijven plegen. Aan die grens zal  het stokje moeten worden overgedragen aan de volgende trekkers. Deze zullen alleen gevonden worden wanneer er het comfort is van continuïteit in kennis.

Kortom: succesvol een beroep doen op burgerinitiatief  lijkt vooral afhankelijk van het  gevoel van comfort, het gevoel dat men er niet alleen voor staat, dat men ergens terecht kan voor raad, daad en adequate ondersteuning. Maar we moeten ons de  schaalgrootte vanuit sociale cohesie realiseren,  evenals  de eindigheid van de individuele verantwoordelijkheid van een burger een ander te overtuigen.

Tegenover de beperkte sociale schaalgrootte staat de noodzaak van een economisch verantwoorde schaal.  Het principe van DFMopGlas  is: Snel internet  bereikbaar en betaalbaar voor iedereen via  glasvezel. Het omslagpunt voor de omvang begint bij een concurrerende maandelijkse last die door een iedere burger  gedragen kan worden. De berekening leert dat dat alleen kan bij een combi van “wit” , “grijs” en soms zelfs “zwarte” gebieden. De rek zit bovendien niet in de maandelijkse last, maar in de termijn waarop de lening voor de investering kan worden afbetaald.

Gelezen bovenstaande zijn er een aantal voorwaarden voor vergroting van kans op succes:

  1. Noodzaak tot efficiency , hetgeen leidt tot uniforme, grootschalige aanpak
  2. Opdeling van groot gebied in kleinere, sociaal samenhangende  delen
  3. Uitrol van deze delen vanuit technisch haalbare en kostentechnisch efficiënte verknoping
  4. Waarbij natuurlijke overgangen in sociaal culturele netwerken eveneens bepalend zijn
  5. Initiatiefnemers  met een zekere positie binnen de gemeenschap en autoriteit in de benodigde kennis of de mogelijkheid deze kosteloos te genereren
  6. Bereidheid van de eerste initiatiefnemers gedurende uitrol over het sociaal samenhangend gebied  “voor de troepen” te blijven staan
  7. Lokale inspanningen moeten vertaald worden in lokaal succes. Het is het spel van verantwoordelijk zijn en de credits van het resultaat krijgen. Dit vraagt verbinders per deelgebied die boven de diversiteit van de bevolking staan (plaatselijk belang) en personen (ambassadeurs) die per wijk of doelgroep die het  gesprek met de burgers gaande houdt.
  8. Partij (gemeente) die de voorfinanciering  van initiële kosten wil dragen en tevens het concept  vanuit uniciteit (doorverwijzing) een warm hart toedraagt
  9. En natuurlijk een goed verhaal:

– snel en betaalbaar internet als nieuwe mobiliteit

– aansluiting houden met rest van de wereld/Opheffen achterstand

-behoud rendement in de eigen samenleving , waardoor indirect de lokale/regionale    economie een impuls kan krijgen, passend bij de aard en schaal daarvan.

– Zeggenschap bij de abonnee:  op basis van de eigen inzet van de burgers omdat de burgers zelf aan de bak moet om zich van snel internet te voorzien , vinden wij het belangrijk  dat de uiteindelijke zeggenschap over dit netwerk  bij de abonnee blijft. De coöperatie vorm past daar uitstekend bij.

Kortom,  het steeds zoeken naar balans tussen eigen identiteit van het initiatief en noodzakelijke schaalgrootte vanwege kostenbeheersing: Klein waar het kan, groot waar het moet.

Hoe borgen we een succesvolle uitrol en continuïteit

Bovengenoemde  aanpak kan in theorie onbeperkt doorrollen  zolang er lokaal successen geboekt worden. Lopen we tegen de in aanhef genoemde problemen op, dan staakt het proces.

Als groep hebben we heel veel geïnvesteerd in de technische en economische achtergrond van een glasvezelnetwerk, hoe andere initiatieven dat gedaan hebben, de valkuilen, het werken met vrijwilligers, de professionele partijen, marketing, websites etc. Die kennis willen we dan ook graag delen. Het delen van kennis  & ervaring en de vindbaarheid daarvan is een eerste vereiste in opstart en uitrol van initiatieven elders.

Centrale kennisopbouw : adequaat en efficiënt, bovendien laagdrempelig, objectief en onafhankelijk, met gevoel voor de “couleur locale”. De focus van burgers die hun nek uit willen steken kan daardoor sterker gelegd worden op contact en binding met de omgeving. De kracht van een burgerinitiatief voor glasvezel is het gevoel van door en voor elkaar, naar behoefte gesteund met raad en daad vanuit een kennisplatform, dat respect heeft voor kleinschaligheid en lokale verschillen en tegelijkertijd de continuïteit waarborgt, waardoor efficiency en opschaling mogelijk worden gemaakt.

Bovenstaande leidt tot de conclusie dat in ieder geval een  kennisplatform wenselijk is, maar tevens  – en bij voorkeur  in de vorm van – een overkoepelende organisatie die  de nodige schaalgrootte  kan initiëren/sturen en tevens de uniformiteit kan bewaken.

Hoe zou zo’n koepelorganisatie eruit kunnen zien?

Op basis van onze inzichten komen wij tot de conclusie dat we een splitsing zouden moeten maken in enerzijds: organiseren van initiatief, eigendom en lokale coöperatie en anderzijds : technische uitvoering en beheer.

Het eerste blijft lokaal: maatwerk per dorp/gebied. De technische uitvoering en het beheer zouden centraal voor alle initiatieven uitgevoerd moeten worden, voor bewaken van  (technische) uniformiteit, kostenbeheersing, en optimale toegang van serviceproviders.

Gemeente als uitgangspunt

Gemeenten kennen nu eenmaal verschillen. Omdat er per gemeente een eigen inzet /inbreng is waar het de ondersteuning van de initiatieven betreft, er tevens eigen regels en tarieven zijn voor b.v. precario en degeneratie kosten, maar ook organisatorische verschillen ten aanzien van beheer en toezicht over wat er in de grond ligt, vinden we tevens dat de lokale initiatieven binnen bestaande gemeentegrens gebundeld moeten worden, vergelijk DFMopGlas, HeerenveenopGlas etc. De rol van de gemeente is dan ook helder  m.b.t. deze lokale initiatieven. Het is aan burgers uit te leggen waarom er verschillen kunnen zijn. Het vraagt ook geen lastig afstemmingstraject tussen gemeenten.

Over deze gemeentelijke initiatieven heen, krijgen we dan een soort centrale kennis en uitvoeringsorganisatie die  zorg draagt voor:

• Het verzamelen en bundelen van alle kennis die er wordt opgebouwd m.b.t. glasvezelnetwerken en burgerinitiatieven zowel binnen provinciegrens, maar ook elders.

• opbouw van een netwerk van specialisten  die op specifieke expertise  ingezet kunnen worden, welke kennis breed ingezet kan worden

• proactief  initiëren van burger initiatieven en daadwerkelijk op gang helpen daarvan

• Een eerste laagdrempelige vraagbaak  voor de initiatieven: ook hier door en voor elkaar:

• initiatieven volledig kan begeleiden bij hun organisatie, vraagbundeling, coöperatiemodel, het betrekken van lokale partijen, helpdesk etc.

• initiatieven praktisch helpen met website, CRM, documentatiemateriaal etc.

• contacten met maatschappelijk organisaties als woningbouw corporaties, onderwijsinstellingen en koepels etc, zorg instellingen en koepels, provinciale instellingen als Streekwurk etc.

• borging van kwaliteit in de breedste zin van het woord, organisatie, financiën, uitvoer en beheer

• maar ook vanuit de gebundelde kennis:  het ontwikkelen van extra diensten en toepassingen voor het glasvezelnetwerk

De grootste kans van slagen blijft echter ons inziens dat dit een organisatievorm krijgt die  een identiteit heeft die past bij de aard en karakter  van het burgerinitiatief: Onafhankelijk en van ,voor en door burgers. Niet een kostbaar adviesbureau maar een herkenbare representant vanuit de geslaagde initiatieven. Een representant met een bruikbaar netwerk.  Kosten zo laag mogelijk en inzet zoveel mogelijk vanuit de solidariteitsgedachte die immers aan het totale model ten grondslag ligt.

Qua organisatievorm voor deze koepelorganisatie komen we in eerste aanleg uit bij een stichting met een transparante bedrijfsvoering, waarbij  de coöperaties en gemeenten  bij voorkeur via bestuurlijke rol , inspraak en controle hebben over de kennisopbouw en zicht houden op de uitvoering.  Niet ondenkbaar is dat ook grote marktpartijen uiteindelijk bij dit kennisplatform informatie kunnen krijgen.

Of deze organisatievorm en in het bijzonder  de rol van overheid zoals beschreven, juridisch houdbaar is, kunnen we op dit moment niet overzien. Het is in ieder geval van onze zijde zoals wij de rol en de openheid graag zouden willen zien.

Financiering koepelorganisatie

Een  overkoepelende organisatie is alleen nodig wanneer er ook bereidheid is grootschalig te denken. Hoe dan ook zal het  optuigen ervan in eerste aanleg menskracht vragen die van meet af aan betrokken is vanaf de start van het eerste project. Zij weten hoe het spel aanvangt. Hoewel uitgangspunt zou moeten blijven dat er maatschappelijke drive is hieraan vorm te geven, zal het omwille van continuïteit voor enkele mensen toch echt “werk”  worden. Daar waar inzet de reële maatschappelijke inzet overstijgt,  zal er een vergoedingenstructuur moeten komen. De kosten daarvan zullen niet meteen hoog hoeven zijn, maar reëel en begrijpelijk voor degene die vanuit vrijwilligheid inzet gevraagd wordt.  Onzes inziens moet er een gezonde verhouding blijven tussen dat wat je van vrijwilligers mag vragen en de vergoeding die betrokken adviseur krijgt. Het gevoel van door en voor ons moet overheersen.

Deze kosten zouden gedekt kunnen worden uit voorfinanciering per deelgebied en meegenomen kunnen worden in de uiteindelijke financiering op basis van de kasstroom.

Op termijn zou deze organisatie met de daarin opgebouwde kennis zelf projecten kunnen optuigen bijvoorbeeld projecten waaruit producten kunnen worden ontwikkeld die een eigen rendement gaan opleveren: internetdiensten passend bij de lokale schaal en de vraag die er lokaal is.

Bovenstaande is opgesteld aan hand van de verwachtingen die wij hadden en de ervaring die wij moesten opdoen in contact met het Breedbandloket , zoals dat is ingesteld door Provincie Fryslân. De goede overheidsintenties ten spijt, moeten we constateren dat het Breedbandloket ons niet de hulp kan bieden die we ervan verwachtten. Vragen die we hebben gesteld, o.a. over ondersteuning van het Breedbandloket/Fryslân Ring bij de vraagbundeling, het technisch en het economische model, het eigendom van het netwerk bij Fryslân Ring, zijn onbeantwoord gebleven. Daar werd nog aan gewerkt en zou pas opgeleverd kunnen worden in 2017.

Eigen ondervinding en onderzoek brengen ons  inmiddels verder dan we met het Breedbandloket  zijn gekomen. Overigens zal het eigendom van ons netwerk volledig bij de abonnees komen te liggen. Daarbij aangetekend dat wel een geringe “uitholling” van de volle eigendom wenselijk wordt geacht. Het is namelijk niet ondenkbaar dat er te zijner tijd binnen de coöperatie geluiden ontstaan het netwerk te vervreemden. Ook een vijandige overname is niet ondenkbaar, omdat het in de praktijk niet gemakkelijk zal zijn alle leden voor vergadering en (tegen-)stemmen te mobiliseren. Om een veiligheidsklep in te bouwen zien wij een constructie in de vorm van scheiding in economisch eigendom en juridische eigendom wenselijk. De coöperatie geniet de volledige economische eigendom, de stichting de juridische eigendom. In geval van verkoop zal juridische levering de stichting de mogelijkheid geven eerst te verifiëren of een volledige overname daadwerkelijk tegemoet blijft komen aan behoud van de maatschappelijke doelstelling van de gerealiseerde glasvezelinfrastructuur. (NB: Organisatorisch zal de coöperatie beschikken over een eigen Raad van Commissarissen. Deze heeft tot taak het coöperatiebestuur te adviseren met name over bedrijfseconomische aspecten van de coöperatie. Daarmee zijn onzes inziens andere belangen dan bedrijfseconomisch mogelijk niet voldoende verankerd. De stichting zal, overeenkomstig haar statuten en alleen indien nodig,  het belang van het maatschappelijke aspect kunnen blijven behartigen en tijd hebben in geval van een overname onderzoek te plegen.  Er is geen andere toezichthoudende rol voor de Stichting. De leden zullen voorafgaande aan het lidmaatschap van de coöperatie uiteraard worden geïnformeerd. Zij besluiten dan of zij met deze constructie akkoord zullen gaan.

Financiering en subsidie

Als laatste nog een idee over de financiering en subsidies. Hoewel wij ons nog niet tot in de puntjes hebben verdiept in de recente besluitvorming omtrent subsidiering en garantstelling, noch de juridische do’s and don’ts, hebben wij op voorhand wel een beeld van hoe wij denken dat een initiatief als het onze het best geholpen zou worden.

Procesgeld

Het begint met een stukje procesgeld voor de opstart van de vraagbundeling. Nog afgezien van de tijd en inzet van de groep vrijwilligers om te komen tot de voorbereiding van een vraagbundeling en de uitvoer daarvan, kunnen we nu ruwweg stellen dat  de feitelijke kosten voor telkenmale informeren van bewoners ongeveer € 30,– kost per aansluiting in het gebied. Deze kosten zijn voor het gehele gebied reeds opgenomen in ons rekenmodel en maakt onderdeel uit van het totaal bedrag dat door de coöperatie aan externe financiering zal worden verzocht.

Een deel van deze € 30,–  bestaat uit kosten die gemaakt worden voorafgaande en in de vraagbundelingsfase. Op dat moment is nog geen sprake van een exploitatie van een deels gerealiseerd netwerk, waaruit een kasstroom wordt gegenereerd. Het betreft de kosten voor het technisch onderzoek, flyers, informatieavonden etc. van het eerste deel van het gebied dat benaderd wordt (in ons model: pilotgebied). Dergelijke kosten kunnen niet door initiatiefnemers worden gedragen. Onze ervaring is dat initieel procesgeld, uiteraard aan voorwaarden gebonden, voor deze opstart beschikbaar moet zijn. Dit geld kan in de vorm van een renteloze lening worden verstrekt en kwijtgescholden bij onverhoopt uitblijven van resultaat. Wanneer de vraagbundeling voor het eerste gebied succesvol wordt doorlopen, start daar ook de aanleg en wordt de financiering geregeld. Het initiële procesgeld wordt meegenomen in de financiering van het netwerk en ook terugbetaald vanuit de exploitatie.

Gemeente DFM heeft de Stichting DFMopGlas een lening verstrekt onder deze condities van € 65.000,-. Alleen bij gebleken uitblijven van draagvlak ondanks aantoonbare inzet van de vrijwilligers, zullen deze kosten voor de gemeente blijven.

NB: de €30,– kosten zijn feitelijke kosten. Kosten voor verspreiding/verzending van informatie (uitnodigingen/flyers) en ophalen van intekenformulieren zijn daarin niet meegenomen. Uitgangspunt daarvan is, dat dat opgevangen wordt door vrijwilligers. Zouden deze er niet zijn, dan moet wel gedacht worden aan een verdubbeling van deze kosten. Prijsopvraag vertelt ons dat bedrijfsmatig laten verzenden en langs deur ophalen van handtekeningen zeker € 60,- per adres kost.

Subsidie

Subsidie voor alleen de witte aansluitingen is geen werkbare oplossing in kader van de solidariteitsaanpak die de grondslag is van succesvolle vraagbundeling. Het totaal aan subsidie te genereren bedrag zou in zijn geheel voor de gehele infrastructuur moeten kunnen worden aangewend. Daarenboven is het nog immer discutabel wat een “witte” aansluiting is en wordt met de oprispingen van marktpartijen het aandeel “wit” steeds kleiner, terwijl  de praktijk uitwijst dat deze  feitelijk geen oplossing bieden, doch eerder een bittere nasmaak op de financiering van het totale plan: nog minder wit, maakt de resterende “witten” exponentieel duurder en  voor hen is een optimale oplossing verder dan ooit.

Wat wenselijk is: partnership in financiering bijvoorbeeld in vorm van garantstelling

Wanneer het de provinciale overheid serieus gelegen is de gereserveerde 60 miljoen Euro te steken in snel internet voor alle bewoners, dan zou dit geld via een (gedeelde) garantstelling voor de uiteindelijke financiering aangewend kunnen worden.  Als gesteld zou een garantstelling van overheidsgeld alleen moeten gebeuren op basis van zo klein mogelijk risico. Wij zien die mogelijkheid in de vorm van onze aanpak. Solidair: met elkaar en voor elkaar. Maar ook: eerst deelnemers en dan graven!

Terkaple, 1 februari  2016

Jaap Bosma

Anja Rombout

Geef een reactie

Sluit Menu